De oorsprong van de Maine Coon.
Hoewel de eerste Maine Coons pas in 1983 in Nederland geimporteerd werden, is hun populariteit zeer snel gestegen. De Maine Coon behoort tot het oudste natuurlijke kattenras van Noord -Amerika in New England, waar de staat Maine zich bevindt. In de eerste plaats was deze kat een werkkat die als uitstekende muizenvanger de voedselvoorraden van muizen en ratten vrijwaarde. In het ruige klimaat van Noord-Amerika slaagde de Maine Coon erin zich aan te passen en te overleven.
Al in het jaar 1825, toen er nog geen kattententoonstellingen gehouden werden, werd de Maine Coon op jaarmarkten in New England getoond. Men realiseerde zich toen al dat men met een zeer bijzondere kat te maken had. De Maine Coon behoort tot de halflangharige kattenrassen en is in tegenstelling tot andere langharen gemakkelijk te onderhouden. Een à tweemaal in de week borstelen en kammen is meestal voldoende. Het is een robuuste sterke kat met een natuurlijk uiterlijk. Hij kan soms wat verlegen doen maar speelt graag. Sommige apporteren balletjes en propjes papier. Het is een zeer intelligente kat; hij is rustig, lief en erg tolerant naar andere dieren en ook naar de mens. Bovendien heeft de Maine Coon een vrolijk en opgewekt karakter en sommige hangen werkelijk de clown uit van tijd tot tijd.
Zoals het een kat betaamt heeft ook de Maine Coon iets mysterieus, een goed bewaard geheim wat iedere Maine Coon met zich meedraagt en niet zal prijsgeven. Over zijn oorsprong en het ontstaan van de Maine Coon gaan vele verhalen, legendes en sagen. Wat we wel weten is dat de Maine Coon voor het eerst is waargenomen in de staat Maine en omringende staten. Het hier heersende koude landklimaat, met zijn bergrijke, beboste landschap is te vergelijken met dat van de Scandinavische landen waarin in vergelijkbare omstandigheden de Noorse Boskat leeft. Ook de uit Rusland afkomstige Siberische Boskat hoort in dit rijtje thuis. Het is zeer goed mogelijk dat de Maine Coon afstamt van de Noorse Boskat.
Het is bekend dat de Noorse Boskat meevoer met de vikingen op hun schepen, de Vikingen waren beruchte kooplui en handelaren. Ze zullen de katten in eerste instantie hebben meegenomen om op zeereizen de aanwezige ratten op het schip te vangen. Ze reisden ondermeer naar Schotland, IJsland en Groenland waar nu nog halflangharige katten in het wild voorkomen die veel gelijkenis vertonen met de Noorse Boskat. Met hun snelle wendbare drakenschepen voeren ze helemaal naar Amerika. Zo kon de Noorse Boskat poot zetten op Amerikaans grondgebied maar natuurlijk ook visa versa. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de Noorse Boskat en de Maine Coon zoveel gelijkenis vertonen.
De Maine Coon is uitgegroeid tot een grote robuuste gespierde kat. Zijn ontwikkeling van kitten tot volwassen kat beslaat een periode van wel drie jaar gemiddeld. Dan pas heeft de kat zijn grootte, vacht en type ontwikkeld. Vooral katers kunnen zich ontwikkelen tot imposante grote katten. De katers zijn veelal een stuk groter dan de poezen. Een volwassen kater kan gemiddeld tussen de 6 en 9 kilo wegen, de poezen zijn iets forser dan een huis-tuin en keukenkat met een gemiddeld gewicht van zo`n 4 a`5 kilo. De Maine Coon is een imposante verschijning, door zij los uitstaande vacht lijkt hij ook wat groter dan hij is. De textuur van de vacht is zijdezacht en is in de winter natuurlijk wat langer en voller dan in de zomer. Bijzonder zijn de lynxpluimpjes op de oren. En omdat deze kat van oorsprong uit een koud gebied komt heeft hij zogenaamde sneeuwschoenen, onder hun grote voeten groeien naast hun tenen haarbosjes die hun voeten tegen de kou beschermen.
Wilt u meer weten over het uiterlijk van de Maine Coon -de typische raskenmerken (de rasstandaard) dan mag ik u verwijzen naar de rasclub Maine Coon. Onder het kopje "links" op deze site vind u het adres. Tevens is dit de site waar u (bijna) alles kunt vinden over de Maine Coon.